top of page

Het Sint-Vitusreliek van 1469: Johannes Walter en Naarden

Floor Dijkstra
31 aug
4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 25 sep

In 1469 werd een reliek van de heilige Vitus bestemd voor de kerk van Naarden. De bewaard gebleven oorkonde noemt Johannes, of Jan, Walter als degene aan wie het reliek werd toegewezen om het naar de parochiekerk van Sint-Vitus in Naarden over te brengen of te doen overbrengen. Voor de geschiedenis van de Sint-Vitusverering in Naarden is dit document van uitzonderlijk belang.

Een tastbare band met Sint-Vitus

Een reliek was in de middeleeuwen veel meer dan een herinneringsvoorwerp. Een stukje bot of ander lichamelijk overblijfsel van een heilige gold als een heilige aanwezigheid en kon in een kerk worden vereerd. Het bezit van een reliek van de eigen patroonheilige verhoogde bovendien het aanzien van een kerk en kon pelgrims en gelovigen aantrekken.

De akte van 1469 verdient bijzondere aandacht door de naamgeving. In de tekst komen vormen voor die gelezen kunnen worden als Viti, Vitalis en opnieuw Viti. Dat roept de vraag op of hier werkelijk twee verschillende heiligen worden bedoeld, of dat Vitalis binnen de overlevering of formulering van het document anders moet worden verklaard. Zolang het Latijn en de diplomatieke context niet volledig zijn opgehelderd, behandelen we Vitalis daarom niet automatisch als bewijs voor een tweede heilige. Vast staat wel dat de akte betrekking heeft op een reliek dat voor de kerk van Naarden bestemd was en dat Johannes Walter bij de overdracht een centrale rol speelde.

Wie was Johannes Walter?

Over Johannes Walter weten we veel minder dan over het reliek zelf. In eerder onderzoek is de mogelijkheid besproken dat hij het reliek in Rome verkreeg. De oorkonde is daarom een belangrijk vertrekpunt, maar biografische conclusies over Walter moeten voorzichtig worden getrokken zolang aanvullende archiefstukken ontbreken. Ook een precieze leeftijd van Walter kan op basis van het huidige bronnenmateriaal niet met zekerheid worden vastgesteld.

Rome en de herkomst van het reliek

Rome was in de middeleeuwen een belangrijk centrum voor relieken en pelgrimage. Een reliek dat daar met de juiste kerkelijke toestemming werd verkregen, kon voor een plaats als Naarden grote religieuze betekenis hebben. De vraag waar het Naardense Vitusreliek vóór 1469 precies werd bewaard en uit welk deel van de oudere reliektraditie het afkomstig was, verdient daarom nader onderzoek.

Kwam het reliek in een zilveren beeld?

Een intrigerende mogelijkheid is dat het reliek later werd bewaard in een zilveren beeld van Sint-Vitus. Uit de laatmiddeleeuwse kerkelijke praktijk kennen we reliekhouders in de vorm van heiligenbeelden. Een zilveren Vitusbeeld zou daarom uitstekend als reliekhouder hebben kunnen functioneren.

Maar hier is voorzichtigheid nodig. Dat een zilveren Sint-Vitusbeeld in de Naardense kerk heeft bestaan, betekent niet automatisch dat juist het reliek van 1469 daarin was geplaatst. Zolang geen inventaris, rekening, visitatieverslag of andere bron de inhoud van het beeld expliciet beschrijft, blijft dit een aannemelijke hypothese en geen bewezen feit.

De kerkvisitatie van 1569

Een eeuw later geven de verslagen van de kerkvisitatie van Naarden van 26 en 27 september 1569 een uitzonderlijke blik op de kerk aan de vooravond van de Reformatie. Zulke visitatieverslagen zijn belangrijk omdat zij altaren, geestelijken, kerkelijke gebruiken en bezittingen kunnen noemen. Ze helpen ons de wereld te reconstrueren waarin het Vitusreliek en een eventuele kostbare reliekhouder functioneerden.

Een tweede reliektraditie: Corvey 1499–1501

De Romeinse overdracht van 1469 staat niet alleen in de geschiedenis van de Sint-Vitusrelieken van Naarden. In 1499 gaf Herman van Bombelberg, abt van het vrije stift Corvey, aan Herman Tideman, kanunnik te Utrecht, opdracht een deel van het lichaam van Sint Vitus naar de Grote Kerk van Naarden over te brengen. Deze Corveyse overdracht wordt gevolgd door documenten over de verering van Sint-Vitusrelieken. Op 24 mei 1500 werd 40 dagen aflaat verbonden aan de verering van de relikwieën van Sint Vitus. Een ander stuk vermeldt relikwieën van Sint Vitus die door het klooster van Corvey waren toevertrouwd aan de geestelijken Martinus en Hermannus. Op 29 december 1501 werd opnieuw 40 dagen aflaat verbonden aan de verering van Sint Vitus. Daarmee vormt Corvey rond 1499–1501 een afzonderlijke, goed gedocumenteerde lijn in de Naardense Vitusverering. Vooralsnog is niet aangetoond dat deze Corveyse relieken verband hielden met het in 1469 uit Rome afkomstige reliek. Beide tradities worden daarom afzonderlijk behandeld.

Wat is er met het reliek gebeurd?

Het uiteindelijke lot van het reliek is nog niet vastgesteld. De religieuze omwentelingen van de zestiende eeuw, veranderingen in het kerkinterieur en het verdwijnen of omsmelten van kostbaar kerkzilver bieden verschillende mogelijke verklaringen. Zonder een confiscatielijst, inventaris of rekening waarin het reliek of het zilveren beeld herkenbaar wordt genoemd, kunnen we niet bepalen wanneer en hoe het verdween.

Conclusie

De oorkonde van 1469 is een van de sterkste bronnen voor de middeleeuwse Sint-Vitusverering in Naarden. Johannes Walter kreeg een reliek toegewezen om het naar de Sint-Vituskerk in Naarden over te brengen of te doen overbrengen. Daarmee vormt de oorkonde een tastbare bron voor de Vitusverering in Naarden. Of dit reliek vervolgens in het zilveren Sint-Vitusbeeld werd geplaatst, blijft onbewezen. Door de latere Corveyse reliekoverdracht kan het zilveren beeld bovendien niet zonder aanvullend bewijs specifiek aan het Romeinse reliek van 1469 worden gekoppeld. Juist onderzoek naar laatmiddeleeuwse inventarissen, rekeningen en confiscatiestukken kan hier mogelijk nog nieuw licht op werpen.

Opmerkingen


bottom of page