Van eenbeukige kruiskerk tot Grote Kerk – de bouw van de kerk van Naarden, 1380–1479
Bijgewerkt op: 8 okt
Wie tegenwoordig voor de Grote Kerk van Naarden staat, ziet een indrukwekkende laatgotische kruisbasiliek. Maar deze kerk is niet in één keer gebouwd.
Tussen ongeveer 1380 en 1440 verrees een veel kleinere, eenbeukige kruiskerk. De huidige toren maakte al deel uit van deze eerste bouwfase. De brede zijbeuken die tegenwoordig aan weerszijden van het middenschip liggen, bestonden toen nog niet.
Vanaf 1455 veranderde het gebouw ingrijpend. Er kwam een kooromgang, de transepten werden vergroot en langs het schip werden zijbeuken aangelegd. De oorspronkelijke toren bleef staan en raakte door deze uitbreiding steeds meer in het kerkgebouw opgenomen.
De brand van 1468 onderbrak deze werkzaamheden. Bij de herbouw werd het bouwplan gedeeltelijk gewijzigd. Uiteindelijk werd de vergrote kerk in 1479 gewijd.

Schematische reconstructie. De exacte maatvoering en vorm van de afzonderlijke bouwfasen zijn niet volledig bekend.
Een bijzondere archiefbron uit 1455
Juist uit het jaar waarin de grote uitbreiding begon, is een belangrijke oorkonde bewaard gebleven. In inventarisnummer 134.9, gedateerd 28 februari 1455, geeft Rudolf, bisschop van Utrecht, toestemming aan de betrokken kerkelijke bestuurders om in verband met de werkzaamheden veranderingen aan kerk en koor aan te brengen.
Het is bijzonder dat deze schriftelijke bron zo nauw aansluit bij de bouwgeschiedenis die nog altijd in het kerkgebouw zelf zichtbaar is.
De brand van 1468
In 1468 werd de kerk door een grote brand getroffen. De bouwgeschiedenis laat zien dat daarna het ontwerp van de zijbeuken werd aangepast.
Ook daarvan hebben we een belangrijke schriftelijke bron. Inventarisnummer 134.11 van 16 augustus 1468 heeft betrekking op de herbouw van de verbrande kerk. Daarbij wordt tevens toestemming gegeven om altaren te verplaatsen. Dat laatste is van groot belang voor ons afzonderlijke onderzoek naar de 22 altaren van de middeleeuwse Grote Kerk.
1469: het Sint-Vitusreliek
Nog geen jaar na de brand verschijnt een andere bijzondere bron. In 1469 wordt verklaard dat een door Johannes Walter aan de kerk van Naarden geschonken reliek afkomstig is van Sint Vitus.
De komst van dit reliek vond dus plaats terwijl de kerk zich midden in een periode van brand, herstel en grootschalige uitbreiding bevond. Dat plaatst de geschiedenis van Johannes Walter en het Sint-Vitusreliek in een nieuw perspectief.
Van bouwgeschiedenis naar de 22 altaren
De uitbreiding van de kerk is ook belangrijk voor een andere vraag: waar stonden de 22 altaren?
De kerk van omstreeks 1440 beschikte nog niet over de huidige zijbeuken. Door de uitbreiding vanaf 1455 ontstond aanzienlijk meer liturgische ruimte. Bovendien weten we uit de oorkonde van 1468 dat altaren daadwerkelijk konden worden verplaatst.
Daarom onderzoeken we niet alleen welke altaren in de Grote Kerk aanwezig waren, maar ook wanneer ze voor het eerst worden genoemd en in welke bouwfase ze kunnen hebben gestaan.
Een volgende belangrijke bron is het Heilige Kruisaltaar. Daarvoor zijn in het stadsarchief rentebrieven uit 1579 bewaard gebleven. Deze documenten kunnen mogelijk meer vertellen over de financiering en organisatie van dit altaar.
Dit onderzoek wordt vervolgd.
Onderzoek en samenstelling: Floor Dijkstra – Historisch Naarden
Een schriftelijke aanwijzing uit 1421
Een document van 28 oktober 1421 geeft een belangrijke schriftelijke aanwijzing voor de bouwgeschiedenis van de Grote Kerk. Daarin wordt vermeld dat de inwoners van Naarden hun parochiekerk wilden ‘beteren ende meerre’ — verbeteren en vergroten. De tekst spreekt bovendien over ‘die tymmeringe der heyliger kercken’, de bouwwerkzaamheden aan de kerk.
Daarmee beschikken we over een contemporaine bron waaruit blijkt dat in 1421 daadwerkelijk plannen of werkzaamheden bestonden om de kerk te verbeteren en uit te breiden. Dit past goed bij de bouwfase die op grond van bouwhistorisch onderzoek in de eerste helft van de vijftiende eeuw wordt geplaatst.


Opmerkingen