De oudste vermeldingen van Naarden – Van Naruthi naar Naarden
- florisdijkstra
- 5 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
De geschiedenis van Naarden begint veel eerder dan de huidige vestingstad doet vermoeden. De oudste schriftelijke sporen voeren ons terug naar de vroege middeleeuwen, toen de naam Naarden nog in een geheel andere vorm werd geschreven: Naruthi.
Naruthi omstreeks 900
Een van de belangrijkste bronnen voor de vroegste geschiedenis van Naarden is het goederenregister van de abdij van Werden, gelegen aan de Ruhr in het huidige Duitsland. In dit register wordt omstreeks het jaar 900 een plaats of gebied genoemd met de naam Naruthi.
An Naruthi thiu kirica endi kiricland fan Almeri te Tafalbergon.
In Nederlandse vertaling komt dit ongeveer neer op: “Te Naruthi de kerk en het kerkland, van het Almere tot de Tafelbergen.” Deze korte vermelding is van grote betekenis. Zij laat zien dat er rond 900 niet alleen een nederzetting of gebied Naruthi bestond, maar ook reeds sprake was van een kerk en bijbehorend kerkland.
Waar lag Naruthi?
Naruthi wordt doorgaans in verband gebracht met het latere Oud-Naarden. Dit lag niet op precies dezelfde plaats als de huidige vestingstad. Het oude Naarden bevond zich noordelijker, aan de kust van het toenmalige Almere. De vermelding van het Almere en de Tafelbergen in het Werdense register is daarom bijzonder interessant.
Een kerk als centrum
De woorden thiu kirica endi kiricland — de kerk en het kerkland — maken duidelijk dat Naruthi omstreeks 900 een kerkelijk centrum was. Hoe deze eerste kerk eruitzag, weten we niet. Ook is voorzichtigheid nodig met de vraag aan welke heilige deze oudste kerk was gewijd. De latere geschiedenis van Naarden is sterk verbonden met Sint-Vitus, maar uit de Werdense vermelding zelf blijkt geen Vitus-patrocinium.
Naardingerland en Elten
Een volgende belangrijke fase begint in de tiende eeuw. Het gebied dat later bekendstaat als Naardingerland komt in verband te staan met het stift Elten. In 968 bekrachtigde keizer Otto I bezittingen die graaf Wichmann aan het door hem gestichte vrouwenstift Elten had geschonken. Tot die bezittingen behoorde Naardingerland. Hiermee ontstaat een tweede belangrijke onderzoekslijn: enerzijds de oudere relatie met Werden, anderzijds de latere relatie met Elten.
Van Naruthi naar Oud-Naarden
In de eeuwen daarna ontwikkelde Naarden zich verder. De nederzetting die wij tegenwoordig Oud-Naarden noemen, lag kwetsbaar aan het water. In het midden van de veertiende eeuw kwam aan het oude Naarden uiteindelijk een einde en werd de stad op een veiliger en strategischer plaats herbouwd. Daar ontstond het Naarden dat wij tegenwoordig kennen.
Waarom de vermelding van Naruthi zo belangrijk is
De Werdense vermelding maakt duidelijk dat de geschiedenis van Naarden niet begint bij de bouw van de huidige vesting. Rond 900 bestond er reeds een Naruthi met een kerk en kerkelijk grondbezit. Dat roept belangrijke vragen op: wie stichtte deze kerk, hoe oud was zij werkelijk, waar lag het kerkland precies, welke verhouding bestond er tussen Werden, Elten en later het kapittel van Sint-Jan in Utrecht, en wanneer werd Sint-Vitus patroonheilige?
Voorlopige conclusie
Op grond van de bekende schriftelijke bronnen kan de geschiedenis van Naarden met redelijke zekerheid worden teruggevoerd tot omstreeks 900. De vermelding van Naruthi in het goederenregister van de abdij van Werden is daarbij een sleutelbron. De oorkonde van 968 en de relatie met Elten vormen vervolgens een tweede essentieel aanknopingspunt. Voor Historisch Naarden begint het onderzoek naar de oudste geschiedenis daarom bij drie begrippen: Naruthi – Werden – Naardingerland.
Opmerkingen