Naardingerland en Elten – 29 juni 968
- florisdijkstra
- 5 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
De datum 29 juni 968 is een belangrijk ijkpunt in de vroege geschiedenis van Naarden en het Naardingerland. Op deze dag vaardigde keizer Otto I in Pistoia een oorkonde uit waarin het door graaf Wichman gestichte Stift Elten werd begunstigd. Onder de goederen en rechten die in deze oorkonde worden genoemd, bevindt zich ook Naardingerland.
29 juni 968 – de oorkonde van Otto I
Graaf Wichman van Hamaland had op de Eltenberg een religieuze gemeenschap voor adellijke vrouwen gesticht. Voor de economische basis van deze stichting waren omvangrijke bezittingen en inkomsten nodig. In de keizerlijke oorkonde van 29 juni 968 droeg Otto I aan Elten onder meer datgene over wat Wichman in leen hield op Urk, in Salland en in de graafschappen Naardingerland en Hamaland.
Voor de geschiedenis van Naarden is vooral van belang dat Naardingerland hiermee uitdrukkelijk in een gedateerde tiende-eeuwse oorkonde voorkomt. De akte vormt daardoor een belangrijk vast chronologisch anker voor het onderzoek naar de bestuurlijke en kerkelijke ontwikkeling van het Gooi.
Wat betekende de overdracht?
De oorkonde moet zorgvuldig worden gelezen. Zij betekent niet zonder meer dat iedere boerderij, nederzetting of elk recht in het latere Gooi vanaf 29 juni 968 volledig en rechtstreeks bezit van Elten werd. De tekst betreft goederen en rechten die Wichman van de keizer in beneficium, dus als leen, hield. Juist het onderscheid tussen grafelijke rechten, kerkelijke rechten en grondbezit is voor verder onderzoek essentieel.
3 augustus 970 – verdere bevestiging
Op 3 augustus 970 volgde een nieuwe keizerlijke oorkonde betreffende Elten. Otto I bevestigde en vergrootte daarmee de positie van het stift. Deze datum is van belang omdat zij laat zien dat de stichting van Elten geen eenmalige handeling in 968 was, maar in de daaropvolgende jaren verder juridisch en economisch werd versterkt.
6 mei 1280 – Naardingerland naar Floris V
Ruim drie eeuwen later vond opnieuw een beslissende gebeurtenis plaats. Op 6 mei 1280 verpachtte Godelindis, abdis van Elten, het land Naardingerland met toebehoren aan graaf Floris V van Holland. De jaarlijkse vergoeding bedroeg vijfentwintig pond Utrechts. De akte is in de oorkondenliteratuur bekend en vormt een belangrijk ijkpunt voor de toenemende Hollandse invloed in het gebied.
Van Elten naar Holland
Tussen 29 juni 968 en 6 mei 1280 liggen ruim drie eeuwen waarin de rechten in Naardingerland zich verder ontwikkelden. Daarbij speelden niet alleen Elten en de graven van Holland een rol, maar ook de bisschop van Utrecht en het kapittel van Sint-Jan in Utrecht. Voor een goed begrip van de geschiedenis van Naarden moeten deze verschillende rechten en instellingen afzonderlijk worden onderzocht.
Conclusie
Voor de vroege geschiedenis van Naarden zijn twee exacte data voorlopig van bijzonder belang: 29 juni 968, toen Naardingerland in de keizerlijke oorkonde voor Elten werd genoemd, en 6 mei 1280, toen abdis Godelindis Naardingerland aan Floris V in erfpacht gaf. Deze documenten vormen samen belangrijke schakels tussen het vroegmiddeleeuwse Naardingerland en de latere politieke ontwikkeling van het Gooi.
Opmerkingen