top of page

Naruthi rond 900: de oudste kerk van Naarden?

Floor Dijkstra
31 aug
3 minuten om te lezen

Een korte zin in een goederenregister van de Abdij van Werden behoort tot de belangrijkste bronnen voor de vroegste geschiedenis van Naarden en het Gooi. Rond het jaar 900 wordt daarin Naruthi genoemd, samen met een kerk en kerkland. Maar wat bewijst deze beroemde passage precies?

De tekst uit het Werdener Urbar

Op folio 34v staat: “An Naruthi thiu kirica endi kiric land fan Almeri te Tafalbergon.” In moderne Nederlandse vertaling komt dit ongeveer neer op: “Te Naruthi de kerk en het kerkland, van het Almere tot de Tafelbergen.”

De passage staat in een Werdens goederenregister: een administratieve opsomming van bezittingen en rechten. In dezelfde omgeving van de tekst worden ook plaatsen als Werinon en Amuthon (Muiden) genoemd. Daarmee staat Naruthi niet geïsoleerd, maar maakt het deel uit van een bredere Werdense bezits- en kerkelijke context in het gebied rond het Almere en de Vecht.

Blad uit het middeleeuwse Werdener Urbar, Landesarchiv Nordrhein-Westfalen

Afbeelding: blad uit het Werdener Urbar, Landesarchiv Nordrhein-Westfalen. De specifieke Naruthi-passage bevindt zich op fol. 34v; de afbeelding dient als voorbeeld van het handschrift en de brontraditie.

Is Naruthi het oude Naarden?

Naruthi wordt traditioneel met het oudste Naarden in verband gebracht. De combinatie met het Almere, Muiden en andere plaatsen uit de regio maakt die identificatie sterk. Toch bestaat er een belangrijke wetenschappelijke nuance: Naruthi kan oorspronkelijk ook de naam van een waterloop zijn geweest, waarna de naam op het gebied en later op Naarden is overgegaan.

Daarom is het nauwkeuriger te zeggen dat de Werdense vermelding betrekking heeft op het vroege kerkelijke landschap waaruit Naarden en Naardingerland zijn voortgekomen, dan zonder voorbehoud te stellen dat de tekst de huidige stad Naarden beschrijft.

Wat betekent “Tafalbergon”?

Ook de Tafelbergen vragen om voorzichtigheid. De tekst kan niet zonder meer worden gekoppeld aan de heuvel die tegenwoordig de Tafelberg heet. Die huidige naam is van veel latere datum; de betreffende hoogte stond vroeger bekend als de Kooltjesberg. Tafalbergon kan hebben verwezen naar een andere afgeplatte hoogte of naar mensen of een gebied bij zulke hoogten.

Wat bewijst de bron wél?

De belangrijkste conclusie is stevig: rond 900 bestond in of bij Naruthi een kerk met bijbehorend kerkland. Daarmee reikt de kerkelijke geschiedenis van het gebied veel verder terug dan de huidige Grote Kerk van Naarden. De huidige kerk is immers een laatmiddeleeuws bouwwerk; de kerk uit het Werdener register moet een veel oudere voorganger zijn geweest.

En wat bewijst de bron niet?

De passage noemt geen patroonheilige. Er staat nergens dat deze kerk aan Sint-Vitus was gewijd. Dat is belangrijk, omdat in dezelfde Werdense tekst elders heiligen als Liudger en Martinus wel bij naam worden genoemd. We mogen de vermelding van Naruthi daarom niet presenteren als bewijs voor een Sint-Vituskerk rond 900.

Ook zegt de bron niet uitdrukkelijk dat de Abdij van Werden de kerk zelf heeft gesticht. Zij registreert kerk en kerkland in de Werdense bezitscontext. Bezit of aanspraken op een kerk zijn niet automatisch hetzelfde als de stichting ervan.

De volgende schakel: Elten

Dit onderscheid wordt belangrijk wanneer we de geschiedenis verder volgen. In 968 kwam Nardinclant in de invloedssfeer van het Stift Elten. Elten is kort daarna aantoonbaar aan Sint-Vitus verbonden. In een overeenkomst uit 1176–1186 zien we vervolgens dat Elten en het Kapittel van Sint-Jan te Utrecht beurtelings benoemingsrechten uitoefenden in Naardingerland.

Zo ontstaat een historische keten: eerst een kerk bij Naruthi in de Werdense bron rond 900, daarna de sterke positie van Elten in Nardinclant, en pas veel later ondubbelzinnige bewijzen voor Sint-Vitus in het Gooise kerkelijke landschap. Wanneer de oude kerk precies Sint-Vitus als patroon kreeg, blijft voorlopig een open vraag.

Bronnen

Voor de tekst van het Werdener Urbar is gebruikgemaakt van de editie van Rudolf Kötzschke, Rheinische Urbare, deel 2: Die Urbare der Abtei Werden an der Ruhr (Bonn, 1906), en digitale tekstweergaven van het Werdener goederenregister. Voor de interpretatie van Naruthi en Tafalbergon is tevens rekening gehouden met recenter archeologisch en historisch onderzoek naar het vroegmiddeleeuwse landschap van het Gooi.

Opmerkingen


bottom of page