top of page

De kerkvisitatie van Naarden in 1569

Floor Dijkstra
31 aug
3 minuten om te lezen

Op maandag 26 september 1569, omstreeks twee uur in de middag, arriveerde de Utrechtse visitator Jacob Gunretorff in Naarden. Zijn verslag geeft een uitzonderlijk gedetailleerd beeld van de katholieke Grote Kerk, haar altaren, geestelijken, kerkschat en dagelijkse eredienst, slechts enkele jaren vóór de grote omwentelingen van de Reformatie.

Een kerk gewijd aan Sint-Vitus

In de Nederlandse leesvertaling van het visitatieverslag wordt de Naardense parochiekerk aangeduid als gewijd aan de heilige martelaar Vitus. De visitator onderzocht niet alleen het gebouw, maar ook de sacramenten, kerkelijke inkomsten, geestelijken, altaren, vicarieën en de kostbare inventaris.

De eerste inspectie

De kerk was kort tevoren gewit en aan de muren waren herstelwerkzaamheden uitgevoerd. De lamp voor het Heilig Sacrament brandde en het tabernakel was behoorlijk afgesloten. Het Sacrament werd bewaard in een monstrans van verguld zilver. Ook werden de doosjes voor de heilige oliën en het stenen doopvont gecontroleerd. De doosjes waren versleten en moesten worden hersteld.

Een grote parochie

Pastoor Frank verklaarde dat hij ongeveer tien jaar in Naarden werkzaam was. Volgens zijn opgave telde de parochie ongeveer 1.500 communicanten. Hij celebreerde en preekte op zon- en feestdagen en was beschikbaar voor missen en andere kerkelijke bedieningen. De kerkmeesters legden jaarlijks na Maria Lichtmis rekening en verantwoording af aan het stadsbestuur.

Altaren van gilden en broederschappen

De kerk kende een rijke laatmiddeleeuwse altaarcultuur. Het verslag noemt onder meer altaren van Onze-Lieve-Vrouw, het Heilig Kruis, Sint-Joris, Sint-Sebastiaan, Sint-Severus, Sint-Quirinus en de Zoete Naam van Jezus. Verschillende ambachtsgilden en schuttersgroepen waren met deze altaren verbonden. Zo hoorden Sint-Joris bij de voetboogschutters, Sint-Sebastiaan bij de handboogschutters, Sint-Severus bij de wevers en Sint-Quirinus bij de vollers.

Daarnaast bestonden officiën ter ere van onder anderen Sint-Werenfried, Sint-Agatha, Sint-Jacob, Sint-Antonius, Sint-Jan en Sint-Nicolaas. Voor verschillende altaren werden verzegelde stichtingsakten getoond waarin huizen, erven, landerijen, renten en geldbedragen waren vastgelegd voor de bekostiging van missen en andere diensten.

De Sint-Vitusvicarie

Bijzonder belangrijk is de afzonderlijke Sint-Vitusvicarie. De inkomsten daarvan waren in 1569 toegekend aan Cornelis Lap, de ongeveer vijftienjarige zoon van schout Lambert Lap. Omdat niet duidelijk was wie de bijbehorende diensten daadwerkelijk uitvoerde, wilde de visitator zijn vader daarover horen. Dit laat zien dat de Vitusverering institutioneel nog aanwezig was, maar dat de praktische uitvoering van sommige oude stichtingen problemen gaf.

De kerkschat: zilver en kelken

De inventaris maakt duidelijk hoe rijk de kerk was ingericht. Naast kerkgewaden werden een zilveren schotel, een zilveren kruis, twee zilveren cibories en vijf verguld-zilveren kelken met patenen genoemd. De volgende dag werden aanvullende kelken getoond; in totaal worden negentien kelken genoemd die bij verschillende altaren en diensten behoorden.

Het zilveren beeld van Sint-Vitus

Tussen het zilverwerk staat ook een zilveren beeld van Sint-Vitus. Dat is een van de opmerkelijkste vermeldingen in de gehele visitatie. Het bewijst dat Naarden in 1569 een kostbaar zilveren Vitusbeeld bezat. De bron noemt het beeld in de beschikbare lezing echter niet uitdrukkelijk een reliekhouder en vermeldt niet dat het in 1469 naar Naarden gebrachte Vitusreliek zich daarin bevond. Die verbinding blijft daarom een historische hypothese en geen vastgesteld feit.

Problemen onder de geestelijkheid

De visitatie was geen feestelijke inventarisatie. De visitator onderzocht ook geloof, gedrag en plichtsvervulling. Er waren klachten over priesters die hun diensten onvoldoende eerbiedig verrichtten. De koster verklaarde bovendien dat de pastoor en een andere priester een concubine en kinderen hadden. Afwezige beneficianten en geestelijken die inkomsten ontvingen zonder hun verplichtingen behoorlijk uit te voeren, werden ter verantwoording geroepen.

Onderwijs in Naarden

Ook het onderwijs kwam aan bod. De koster werd ondervraagd over de school en over de Latijnse en Griekse schrijvers die rector Lambertus Hortensius met zijn leerlingen las. Daarmee laat het verslag zien dat kerk, school en stedelijke samenleving nauw met elkaar verweven waren.

Een momentopname vlak vóór een breuk

De visitatie eindigde op woensdag 28 september. In de sacristie vermaande Gunretorff de priesters hun levenswandel te verbeteren en de missen en andere diensten behoorlijk te verrichten. Daarna vertrok hij naar Weesp.

Het verslag is voor de geschiedenis van Naarden van uitzonderlijke waarde. We zien een katholieke parochiekerk met talrijke altaren en fundaties, een omvangrijke kerkschat en een duidelijke Sint-Vitustraditie, maar tegelijk ook tekenen van bestuurlijke en geestelijke slijtage. Kort daarna zou de religieuze en politieke wereld waarin deze kerk functioneerde ingrijpend veranderen.

Bronnen

De belangrijkste bron is het visitatieverslag van Naarden van 26–28 september 1569, bewaard in Het Utrechts Archief en uitgegeven door F.A.L. ridder van Rappard en S. Muller Fz. in Verslagen van kerkvisitatiën in het bisdom Utrecht uit de 16de eeuw (1911), p. 376–404. Voor deze blog is tevens gebruikgemaakt van de Nederlandse leesvertaling en analyse van de volledige scanreeks.

Opmerkingen


bottom of page