Het zilveren Sint-Vitusbeeld van Naarden – reliekhouder of cultusbeeld?
Bijgewerkt op: 13 uur geleden
In de Grote Kerk van Naarden bevond zich in de zestiende eeuw een bijzonder voorwerp: een zilveren beeld van Sint Vitus, de patroonheilige van de kerk en van Naarden.
Het bestaan van dit beeld staat vast. Tijdens de kerkvisitatie van 26 en 27 september 1569 werd het kerkbezit van Naarden beschreven. Naast onder andere een zilveren kruis, zilveren cibories en kelken wordt daarbij een zilveren beeld van Sint Vitus genoemd.
Maar wat voor beeld was dit precies? Was het uitsluitend een kostbaar cultus- of processiebeeld, of bevond zich in het beeld ook een reliek van Sint Vitus?
Een reliek uit Rome in 1469
Precies honderd jaar vóór de visitatie gebeurde iets dat deze vraag bijzonder interessant maakt.
In 1469 verkreeg Johannes Walter in Rome een kleine reliek van Sint Vitus. De oorkonde hierover bevindt zich in het archief van Naarden (SSAN015, inv.nr. 134-12).
De reliek werd verkregen bij de basiliek Santa Maria Maggiore en was bestemd voor de Sint-Vituskerk in Naarden.
Daarmee staat vast dat Naarden in 1469 daadwerkelijk over een reliek van zijn patroonheilige kon beschikken.
Wat we niet weten, is hoe deze reliek in Naarden werd bewaard. Er is tot nu toe geen document gevonden waarin staat dat de reliek in een zilveren Sint-Vitusbeeld werd geplaatst.
Een tweede reliek uit Corvey
Dertig jaar later ontstond een tweede verbinding tussen Naarden en de relieken van Sint Vitus.
In 1499 werd vanuit de abdij van Corvey een lichaamsreliek van Sint Vitus voor Naarden verkregen. Hierbij speelde Herman Tideman een rol. De overdracht vond plaats onder abt Herman von Bombelberg.
Dit is een afzonderlijke herkomstlijn. We mogen de reliek uit Rome van 1469 en die uit Corvey van 1499 dus niet zonder bewijs als dezelfde reliek behandelen.
Ook voor de Corvey-reliek is nog niet aangetoond dat deze later in het zilveren beeld terechtkwam.
Het zilveren beeld in 1569
De visitatie van 1569 brengt ons vervolgens bij het zilveren beeld zelf.
De kerk beschikte toen over een omvangrijke inventaris en vele altaren en vicarieën. Tussen de kostbare kerkelijke voorwerpen wordt het zilveren Sint-Vitusbeeld genoemd.
Dat is belangrijk, omdat we hiermee drie historische feiten naast elkaar kunnen zetten: 1469: een Sint-Vitusreliek uit Rome komt naar Naarden; 1499: een tweede Sint-Vitusreliek wordt vanuit Corvey voor Naarden verkregen; 1569: in de Grote Kerk staat een zilveren beeld van Sint Vitus.
De verleiding is groot om deze gegevens rechtstreeks met elkaar te verbinden. Toch ontbreekt daarvoor nog het beslissende bewijs.
De visitatie noemt het beeld namelijk niet expliciet een reliekhouder en vermeldt niet dat zich in het beeld een reliek bevond.
Reliekhouder of cultusbeeld?
In de middeleeuwen en vroegmoderne tijd werden relieken vaker in kostbare beelden van heiligen bewaard. Het is daarom historisch goed voorstelbaar dat ook het Naardense zilveren beeld zo'n functie kan hebben gehad.
Maar een zilveren heiligenbeeld is op zichzelf geen bewijs voor een reliekhouder.
Voor zekerheid zouden we een bron moeten vinden waarin bijvoorbeeld wordt gesproken over een reliek in het beeld, een opening of compartiment in het beeld, of waarin het beeld uitdrukkelijk als reliquiarium wordt aangeduid.
Zo'n bron hebben we voor Naarden tot nu toe niet gevonden.
Daarom blijft de conclusie: het zilveren Sint-Vitusbeeld is een serieuze kandidaat voor de bewaring van een Sint-Vitusreliek, maar dat is vooralsnog een onderzoekshypothese en geen bewezen feit.
De ‘dragers van sinte vitus’
Een andere opmerkelijke aanwijzing komt uit de kerkrekeningen van Naarden.
Rond 1571 werd een bedrag van 3 stuivers betaald aan: “de dragers van sinte vitus”.
Die formulering is bijzonder. Er waren dus personen die iets in verband met Sint Vitus droegen en daarvoor door de kerk werden betaald.
Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn. De rekening zegt niet wat zij droegen.
Het kan om het Sint-Vitusbeeld zijn gegaan, bijvoorbeeld bij een kerkelijke plechtigheid of processie. Maar ook een ander voorwerp dat met de verering van Sint Vitus samenhing is mogelijk.
We kunnen daarom niet schrijven dat de “dragers van sinte vitus” bewezen de dragers van het zilveren beeld waren.
Wel vormt deze vermelding, zo kort na de visitatie van 1569, een interessante nieuwe schakel in het onderzoek.
Nieuwe aanwijzing: de beelden werden verborgen
Lambertus Hortensius beschrijft in De ondergang van Naarden wat er in de onrustige periode vóór de verwoesting van Naarden gebeurde met de kerkelijke kunstvoorwerpen.
Op bladzijde 41 staat dat de beelden en schilderijen uit de kerk ongeschonden op één plaats werden samengebracht. Om ze tegen kwaadwilligen te beschermen, werd vervolgens door metselaars een bakstenen muur vóór de ingang opgetrokken.
Later beschrijft Hortensius hoe de geuzen terugkeerden, de altaren omverwierpen en afbraken en beelden weghaalden en vernielden.
Voor het onderzoek naar het zilveren Sint-Vitusbeeld is dit een belangrijke nieuwe aanwijzing.
We weten nu dat men daadwerkelijk heeft geprobeerd kerkelijke beelden voor vernieling te verbergen.
Maar ook hier ontbreekt één beslissend detail: Hortensius noemt niet welke beelden achter de muur werden gebracht. We kunnen dus niet bewijzen dat het zilveren Sint-Vitusbeeld van 1569 zich daaronder bevond.
Een opmerkelijke chronologie
Met de nieuwe vondst ontstaat wel een steeds interessanter beeld: 1569 — de visitatie vermeldt het zilveren Sint-Vitusbeeld. Ca. 1571 — de kerkrekening betaalt 3 stuivers aan “de dragers van sinte vitus”. Vóór de plundering — beelden en schilderijen worden verzameld en achter een gemetselde muur beschermd. Daarna — altaren en beelden worden tijdens de godsdienstige onrust vernield.
Daarmee komen we dichter bij de omstandigheden waarin het zilveren Sint-Vitusbeeld kan zijn verdwenen.
Wat gebeurde er met het zilveren beeld?
Dat blijft voorlopig de grote onbeantwoorde vraag.
Het beeld kan tijdens de onlusten zijn vernield, meegenomen of vanwege de waarde van het zilver zijn omgesmolten. Het is ook denkbaar dat het eerder in veiligheid is gebracht.
Voor geen van deze mogelijkheden hebben we op dit moment voldoende bewijs.
Juist daarom zijn de rekening met de “dragers van sinte vitus” en de beschrijving van Hortensius zo interessant. Samen laten ze zien dat er rond 1571–1572 daadwerkelijk iets gebeurde met de kerkelijke beelden en dat er pogingen werden gedaan waardevolle kerkelijke voorwerpen te beschermen.
Voorlopige conclusie
Het zilveren Sint-Vitusbeeld bestond aantoonbaar in 1569. Naarden bezat bovendien Sint-Vitusrelieken die in 1469 uit Rome en in 1499 uit Corvey waren verkregen.
Of één van die relieken zich in het zilveren beeld bevond, weten we niet.
De vermelding van de “dragers van sinte vitus” en de nu gevonden passage bij Hortensius maken het onderzoek naar het lot van het beeld wel aanzienlijk interessanter. Ze vormen nieuwe schakels in het verhaal, maar nog niet het definitieve bewijs.
Het onderzoek gaat daarom verder.
Bron voor de nieuwe aanwijzing: Lambertus Hortensius, De ondergang van Naarden, Nederlandse vertaling door dr. W.A. Boekelman, p. 41–42.



Opmerkingen