Elten, Sint-Jan en Naardingerland: een overeenkomst uit de twaalfde eeuw
Bijgewerkt op: 2 sep
Een overeenkomst uit de periode 1176–1186 tussen de proost en het kapittel van Sint-Jan te Utrecht en het Stift Elten is een belangrijke bron voor de vroege kerkelijke geschiedenis van Naarden en Naardingerland. Nieuw verkregen informatie maakt het mogelijk de eerdere interpretatie aan te scherpen. Tegelijk loopt aanvullend onderzoek bij Het Utrechts Archief. Daarom is dit artikel bijgewerkt als stand van het onderzoek in september 2026.
Elten en Naardingerland
De relatie tussen Elten en Naardingerland gaat terug tot de tiende eeuw. In 968 schonk graaf Wichman goederen aan het door hem gestichte vrouwenstift op de Eltenberg. In de daaropvolgende eeuwen beschikte Elten over belangrijke rechten en bezittingen in Naardingerland. Dat Elten een blijvende machtsfactor was, blijkt ook uit de overdracht van Naardingerland aan graaf Floris V in 1280 tegen een jaarlijkse vergoeding.
Ook Sint-Jan had rechten
Tegelijk beschikte het Utrechtse kapittel van Sint-Jan over rechten die verband hielden met de kerkelijke organisatie van Naardingerland. Daardoor konden Elten en Sint-Jan aanspraken laten gelden rond hetzelfde personaat. De overeenkomst uit 1176–1186 laat zien hoe daarvoor een formele regeling werd getroffen.
De overeenkomst van 1176–1186
De kern van de overeenkomst is de collatie bij toerbeurt van het personaat van Naardingerland. De abdis van Elten en de proost van Sint-Jan mochten bij opvolgende vacatures om beurten de persona benoemen. Dit systeem wordt ook aangeduid met het principe alternis vicibus: beurtelings.
De persona was niet zonder meer een pastoor in de moderne betekenis. Aan het personaat waren kerkelijke rechten, inkomsten en het beneficie verbonden. De dagelijkse zielzorg kon door een plaatsvervanger of vicarius worden verricht. De regeling betrof daarmee een wezenlijk onderdeel van de kerkelijke machtsverhoudingen.

Afbeelding: oorspronkelijke overeenkomst uit 1176–1186, Het Utrechts Archief.
Wat de overeenkomst daadwerkelijk bewijst
Documentair staat vast dat Elten en Sint-Jan in de late twaalfde eeuw beide betrokken waren bij het benoemingsrecht rond het personaat van Naardingerland en dat zij dit recht beurtelings zouden uitoefenen. Daarmee is aantoonbaar dat Elten niet alleen oude goederen of algemene rechten in het gebied bezat, maar ook concrete kerkelijke benoemingsrechten.
Was er méér geregeld?
Hier ligt een belangrijke nieuwe onderzoeksvraag. In historische reconstructies is gesuggereerd dat de overeenkomst deel kan hebben uitgemaakt van een bredere regeling tussen Elten en Sint-Jan, mogelijk met andere goederen, inkomsten of heerlijke rechten. Dat is historisch voorstelbaar, maar op basis van de nu beschikbare gegevens nog niet bewezen.
Daarom maken we in dit onderzoek een duidelijk onderscheid. Vastgesteld is de beurtelingse collatie van het personaat. Aannemelijk is dat beide instellingen bredere belangen in Naardingerland hadden. Nog niet bewezen is dat de overeenkomst van 1176–1186 zelf een volledige territoriale of economische verdeling van Naardingerland bevatte.
Wat betekent dit voor Oud-Naarden?
Voor Oud-Naarden is de overeenkomst bijzonder interessant. Een veel oudere schriftelijke laag vermeldt bij Naruthi al een kerk en kerkland. De twaalfde-eeuwse overeenkomst toont vervolgens dat de kerkelijke organisatie van Naardingerland belangrijk genoeg was om onderwerp te worden van een formele regeling tussen twee vooraanstaande geestelijke instellingen. Dit helpt de machtsstructuur rond het oude Naarden vóór de latere ondergang en verplaatsing beter te begrijpen.
De Allerheiligenvloed van 1170: een hypothese
De overeenkomst werd slechts enkele jaren na de Allerheiligenvloed van 1170 opgesteld. Het is verleidelijk te veronderstellen dat veranderingen in landschap, bewoning of economische belangen mede aanleiding waren om bestaande rechten opnieuw vast te leggen. Voor een rechtstreeks oorzakelijk verband ontbreekt echter nog bewijs. De chronologische nabijheid is daarom een onderzoekshypothese en geen vastgesteld feit.
De overdracht van 1280
Een eeuw later veranderden de verhoudingen opnieuw toen de abdis van Elten in 1280 Naardingerland overdroeg aan graaf Floris V van Holland tegen onder meer een jaarlijkse betaling. De overeenkomst uit de twaalfde eeuw en de overdracht van 1280 moeten daarom in samenhang worden onderzocht: zij laten zien hoe kerkelijke, economische en wereldlijke rechten in Naardingerland gedurende lange tijd naast elkaar bestonden.
Lopend onderzoek bij Het Utrechts Archief – september 2026
Bij Het Utrechts Archief is aanvullende informatie gevraagd over de overeenkomst uit 1176–1186. Centraal staan de oorspronkelijke Latijnse tekst en de archivalische context: welke rechten van Elten en Sint-Jan worden precies genoemd, beperkt de regeling zich tot het personaat, worden andere goederen of inkomsten genoemd, en bestaan er verwante oorkonden of afschriften die de aanleiding en reikwijdte van de overeenkomst verduidelijken?
Ook de twee aan de oorkonde verbonden zegels blijven onderwerp van onderzoek. Op basis van de huidige afbeeldingen kan nog niet definitief worden vastgesteld welk zegel bij welke partij hoort en of een afgebeelde figuur met Sint-Vitus kan worden geïdentificeerd. Hiervoor is vergelijking met contemporaine zegels en reconstructie van de omschriften nodig.
Voorlopige conclusie
De overeenkomst van 1176–1186 is een sleutelbron voor de geschiedenis van Naardingerland. Zij bewijst dat Sint-Jan te Utrecht en het Stift Elten beide kerkelijke rechten rond het personaat konden uitoefenen en dat zij overeenkwamen de persona beurtelings te benoemen. De verdergaande vraag is of deze regeling onderdeel was van een omvangrijkere verdeling van rechten. Dat blijft voorlopig open.
Zodra Het Utrechts Archief de nieuw aangevraagde informatie verstrekt, wordt deze blog opnieuw gecontroleerd en waar nodig aangepast. Zo blijft duidelijk onderscheid bestaan tussen wat documentair is vastgesteld, wat historisch aannemelijk is en wat nog onderzocht moet worden.
Stand van onderzoek: september 2026 — Onderzoek en tekst: Floor Dijkstra — Historisch Naarden – Van Oud-Naarden tot Vestingstad

Opmerkingen