Waarom werd Sint-Vitus de patroonheilige van Naarden?
Bijgewerkt op: 25 sep
De Grote Kerk van Naarden was in de middeleeuwen gewijd aan Sint Vitus. Uit bewaard gebleven archiefstukken blijkt inmiddels dat Naarden niet één, maar op ten minste twee verschillende momenten relieken van zijn patroonheilige verwierf.
1469 – een reliek uit Rome
In 1469 verkreeg Johannes Walter in Rome een reliek van Sint Vitus, bestemd voor de Grote Kerk van Naarden. De bijbehorende oorkonde is bewaard gebleven in het Archief Gooi en Vechtstreek. Deze gebeurtenis laat zien hoeveel belang Naarden in de vijftiende eeuw hechtte aan de verering van Sint Vitus. Het bezit van een authentiek reliek van de patroonheilige verhoogde zowel de religieuze betekenis als het aanzien van de kerk.
1499–1501 – een afzonderlijke Corvey-lijn
Ongeveer dertig jaar na de Romeinse overdracht verschijnt een afzonderlijke reeks documenten over Sint-Vitusrelieken uit Corvey en hun verering in Naarden. Een belangrijk stuk is SSAN015, inventarisnummer 134-21, in het Archief Gooi en Vechtstreek.
Volgens de archiefbeschrijving draagt Herman van Bombelberg/Bombelborch (Herman III van Boemelburg), abt van het vrije stift Corvey, daarin aan Herman Tideman, kanunnik te Utrecht, op om een deel van het lichaam van Sint Vitus over te brengen naar de Grote Kerk van Naarden.
Deze Corveyse documenten geven de reliektraditie rond 1499–1501 een zelfstandige plaats in het onderzoek. Zij moeten niet zonder meer worden beschouwd als een vervolg op de Romeinse overdracht van 1469. Vooralsnog is niet aangetoond dat beide lijnen betrekking hebben op hetzelfde reliek of dat zij later in één reliekhouder samenkwamen.
134.21 – een deel van het lichaam van Sint Vitus
Een belangrijk document is SSAN015, inventarisnummer 134.21. Volgens de archiefbeschrijving gaf Herman van Bombelberg, abt van het vrije stift van Corvey, in 1499 aan Herman Tideman, kanunnik te Utrecht, opdracht om een deel van het lichaam van Sint Vitus naar de Grote Kerk van Naarden over te brengen. Deze formulering is belangrijk: de inventarisbeschrijving spreekt hier niet slechts algemeen over een reliek, maar uitdrukkelijk over een deel van het lichaam van de heilige.
De overdracht van 1499 staat niet op zichzelf. SSAN015 134.25 vermeldt dat op 24 mei 1500 40 dagen aflaat werden verbonden aan de verering van de relikwieën van Sint Vitus. Ook 134.23 betreft de verering van Sint-Vitusrelieken. Volgens de inventarisbeschrijving waren deze relikwieën door het klooster van Corvey toevertrouwd aan de geestelijken Martinus en Hermannus. Ook aan hun verering werden 40 dagen aflaat verbonden.
Ten slotte vermeldt 134.26 dat op 29 december 1501 opnieuw 40 dagen aflaat werden verbonden aan de verering van Sint Vitus. Samen laten deze stukken zien dat de overdracht uit Corvey rond 1500 deel uitmaakte van een bredere religieuze verering. De documenten vertellen ons vooralsnog niet in welke reliekhouder de relieken in Naarden werden bewaard.
Waarom juist Corvey?
Corvey neemt een bijzondere plaats in de geschiedenis van Sint Vitus in. De abdij ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een belangrijk centrum van zijn verering. Een reliek afkomstig uit Corvey moet daarom voor de kerk van Naarden een bijzondere religieuze betekenis hebben gehad.
De akte roept tegelijkertijd nieuwe vragen op. Waarom wilde Naarden in 1499 opnieuw een reliek van Sint Vitus, terwijl er in 1469 al een reliek uit Rome was verkregen? Was het nieuwe reliek bedoeld voor een bepaald altaar, een reliekschrijn of misschien een beeld van Sint Vitus?
De opmerkelijke rol van Utrecht
Ook de persoon Herman Tideman verdient aandacht. Hij wordt in verband met de overdracht aangeduid als kanunnik te Utrecht. Waarom werd juist een Utrechtse kanunnik door de abt van Corvey belast met het overbrengen van het reliek naar Naarden? Mogelijk speelde het kerkelijke netwerk tussen Utrecht en Naarden hierbij een rol.
Onderzoek moet nog uitwijzen aan welk Utrechts kapittel Tideman verbonden was. Een eventuele relatie met het kapittel van Sint-Jan zou bijzonder interessant zijn gezien de historische banden van dat kapittel met Naarden en Naardingerland.
Waar werd het Corvey-reliek bewaard?
Dat is op dit moment een van de belangrijkste open vragen. Dankzij 134-23 weten we inmiddels dat het om een fragment uit het gebeente van Sint Vitus ging, maar welk bot hiermee precies werd bedoeld, hebben we nog niet kunnen vaststellen. Evenmin weten we in welke reliekhouder het na aankomst in Naarden werd geplaatst.
Ook het bekende zilveren Sint-Vitusbeeld van de Grote Kerk komt daardoor opnieuw in beeld. Het is verleidelijk te denken dat een van de Vitusrelieken in zo'n beeld werd bewaard, maar daarvoor hebben we nog geen rechtstreeks bewijs.
Nieuw onderzoek naar de kerkadministratie
Het onderzoek wordt daarom voortgezet met twee andere archiefstukken: SSAN015 135-1 – Rekeningen, register van eigendommen en SSAN015 135-4 – Bijlagen bij de rekeningen.
Daarin wordt speciaal gezocht naar vermeldingen uit ongeveer 1490–1520 over Sint Vitus, relieken, altaren, reliekhouders, zilverwerk, beelden en betalingen aan goud- of zilversmeden. Wanneer bijvoorbeeld kort na 1499 een betaling voor een reliekhouder of een zilveren Vitusbeeld wordt aangetroffen, kan dat nieuwe aanwijzingen geven over wat er na aankomst met het Corvey-reliek gebeurde.
Voorlopige conclusie
Voor de laatmiddeleeuwse Sint-Vitusverering in Naarden zijn twee afzonderlijke documentaire lijnen zichtbaar. In 1469 werd in Rome een reliek voor de Sint-Vituskerk van Naarden verkregen, waarbij Johannes Walter een centrale rol speelde. Vanaf 1499 is daarnaast een Corveyse lijn gedocumenteerd: de overdracht van een deel van het lichaam van Sint Vitus naar Naarden, gevolgd door documenten uit de periode rond 1500–1501 waarin aflaten worden verbonden aan de verering van Sint Vitus en zijn relikwieën.
Er is nog geen bron gevonden die bewijst dat de Romeinse en Corveyse relieken met elkaar werden samengevoegd of in dezelfde reliekhouder werden bewaard. Evenmin is bewezen dat een van deze relieken in het later genoemde zilveren Sint-Vitusbeeld terechtkwam.
Dit artikel geeft de huidige stand van het onderzoek weer. Het wordt aangevuld en waar nodig aangepast wanneer het onderzoek van SSAN015 135-1 en 135-4 nieuwe gegevens oplevert.
Bronnen
Archief Gooi en Vechtstreek, Stadsbestuur Naarden (SSAN015), inv.nrs. 134.21, 134.23, 134.25 en 134.26.
Nieuw archiefonderzoek – de herbouw rond 1468
Een oorkonde in het Stadsarchief Naarden (SSAN015, inv.nr. 134-11), gedateerd 16 augustus 1468, wordt volgens de archiefomschrijving in verband gebracht met toestemming voor de opbouw van de verbrande kerk, het verplaatsen van altaren en de wijding van een nieuw doopvont. De ontvangen foto’s van het oorspronkelijke perkament zijn plaatselijk sterk beschadigd; een volledige controle van de tekst staat nog open.
De oorkonde biedt een aanknopingspunt voor de herbouwgeschiedenis kort vóór de verwerving van een Sint-Vitusreliek uit Rome in 1469. De exacte datum van de brand, de omvang van de schade en een rechtstreeks verband tussen herbouw en reliekverwerving zijn hiermee niet aangetoond.
De oorspronkelijke Latijnse oorkonde van 134-11 wordt momenteel nader onderzocht. Daarbij is vooral van belang of Sint-Vitus in de tekst zelf bij naam wordt genoemd. Totdat een betrouwbare transcriptie beschikbaar is, beschouwen we dit als een open onderzoeksvraag.



Opmerkingen